VERGUNNINGEN

Mosselzaad invanginstallaties (MZI's)

Wie een nieuwe activiteit in de Voordelta wil beginnen of een bestaande activiteit wil uitbreiden, moet altijd het effect op de natuur laten toetsen. Misschien is een vergunning nodig op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. Er wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die er al waren in de Voordelta en nieuwe activiteiten. Hieronder leest u op welke wijze u kunt nagaan of u een vergunning nodig hebt en hoe u die aanvraagt.

Bestaande activiteiten

Wilt u weten of een bestaande activiteit is toegestaan?                                                                                                                                            

Lees meer »

Een ‘bestaande activiteit’ is een activiteit die er was in juli 2008, toen het Beheerplan Voordelta is vastgesteld. Activiteiten die toen al waren toegestaan kunnen òf blijven plaatsvinden, òf alleen onder voorwaarden, òf - in bepaalde zones - niet meer.

Wilt u weten of een bestaande activiteit is toegestaan?

  • Kijk in het overzicht in welke categorie de activiteit valt;
  • Is de activiteit onder voorwaarden toegestaan? Lees dan de voorwaarden na in het beheerplan. Pas aan de hand daarvan de activiteit zo nodig aan. Neemt bij twijfel of vragen contact op met de provincie Zeeland of Zuid-Holland;
  • Valt de activiteit onder het regime van de Natuurbeschermingswet 1998? Dan moet de initiatiefnemer de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelen in kaart brengen met een toets. Uit deze toets kan blijken dat een vergunning aangevraagd moet worden.


U kunt voor vragen over de vergunningplicht terecht bij:
Provincie Zeeland
T 0118 - 63 17 00

Provincie Zuid-Holland
T 070 - 441 66 11

Sluiten «

Nieuwe activiteiten

Wilt u weten of een nieuwe activiteit is toegestaan in de Voordelta?

Lees meer »

Voor nieuwe activiteiten in de Voordelta gelden de vergunningsregels van de Natuurbeschermingswet 1998. Als een activiteit negatieve effecten heeft voor de natuur, is een vergunning nodig.

Een initiatiefnemer moet de volgende procedure doorlopen:

  • Vooraf moet altijd overleg plaatsvinden met de provincie. Als die op basis van dit overleg de negatieve effecten op de natuur helemaal kan uitsluiten, is geen vergunning nodig.
  • Zijn negatieve effecten niet uit te sluiten, dan dient de initiatiefnemer een toets uit te voeren. In die toets moet rekening gehouden worden met de knelpunten voor beschermde soorten en leefgebieden in de Voordelta.
  • Lijken deze effecten slechts in beperkte mate negatief, dan is een verstorings- en verslechteringstoets voldoende om de effecten verder in kaart te brengen. De initiatiefnemer moet deze toets laten uitvoeren.
  • Als uit een van de twee toetsen blijkt dat de gevolgen negatief zijn, dan is een vergunning nodig. Die stelt mogelijk voorwaarden aan de uitvoering van de nieuwe activiteit.
  • Lijken de effecten significant negatief voor de natuur, dan is een passende beoordeling nodig volgens de voorschriften van de Natuurbeschermingswet.


De initiatiefnemer moet zelf de informatie aanleveren die nodig is om het bevoegd gezag de natuureffecten te laten beoordelen.

U kunt voor vragen over de vergunningplicht terecht bij:
Provincie Zeeland
T 0118 - 63 17 00

Provincie Zuid-Holland
T 070 - 441 66 11

Sluiten «